Increlex

Informatie over Increlex voor patienten [Onderdeel RMP Increlex]

Patiënteninformatie over ernstige primaire IGF-1-deficiëntie en hoe Increlex® daarbij kan helpen

Voorlichtingsfolder zoals beschreven in de handelsvergunning voor Increlex®

Lees voor gebruik de bijsluiter

Inleiding

Als ouder of verzorger is het welzijn van uw kind voor u van het grootste belang. Als u dus te horen krijgt dat er een medische reden is waarom uw kind kleiner is dan andere kinderen van dezelfde leeftijd, wilt u natuurlijk zo veel mogelijk weten over de aandoening en de behandeling
die is voorgeschreven.

Dit boekje is opgesteld om u te helpen een beter inzicht te krijgen in de medische aandoening en de voorgeschreven behandeling. Het bevat een vraag- en antwoordgedeelte dat u samen met uw kind kunt lezen en bespreken.

Wat is ernstige primaire IGF-1-deficiëntie?

Ernstige primaire IGF-1-deficiëntie is een van de oorzaken van een kleine gestalte. Kinderen met deze aandoening zijn veel kleiner dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Kinderen met ernstige primaire IGF-1-deficiëntie hebben in hun bloed lage hoeveelheden van een hormoon dat IGF-1 wordt genoemd, maar normale hoeveelheden van een ander hormoon dat groeihormoon wordt genoemd.

IGF-1 staat voor insulineachtige groeifactor 1, een natuurlijk voorkomend hormoon dat een
belangrijke rol speelt bij de groei van kinderen. De term IGF-1-deficiëntie of IGFD houdt in dat
de hoeveelheden IGF-1 in het bloed lager zijn dan verwacht (deficiëntie betekent tekort). Bij lage
hoeveelheden IGF-1 verloopt de groei niet zoals het hoort. Deze klinische aandoening staat
bekend als ernstige primaire IGF-1-deficiëntie.

De term ‘ernstig’ wordt door artsen gebruikt voor de classificatie (de mate van het tekort) van de hoeveelheden IGF-1. De term ‘primair’ betekent dat de IGF-1-deficiëntie niet wordt veroorzaakt door andere medische aandoeningen.

Ouders, patiënten en verzorgers – Antwoorden op uw vragen

Wat is Increlex?

Increlex® is een recombinante (door mensen gemaakte) vorm van IGF-1 en wordt ook wel mecasermine genoemd. Het heeft dezelfde chemische structuur en werkt op dezelfde manier als natuurlijk aangemaakt IGF-1.

Increlex® wordt gebruikt voor de behandeling van kinderen die groeiproblemen hebben omdat ze lage hoeveelheden IGF-1 in het bloed hebben.

Hoe wordt Increlex toegediend?

Increlex® wordt tweemaal daags toegediend in de vorm van een injectie vlak onder de huid (subcutaan). Het middel moet vlak voor of na een maaltijd worden toegediend omdat de werking ervan lijkt op insuline en daarom de hoeveelheid suiker in het bloed (bloedsuikerspiegel) verlaagt.

Increlex® moet telkens op een andere plaats worden geïnjecteerd (bovenarm, buik, dij of bil) om te voorkomen dat er rond de injectieplaats een toename van vetweefsel (lipohypertrofie) optreedt.

Wat zijn de mogelijke bijwerkingen?

De mogelijke bijwerkingen en manieren om deze bijwerkingen te vermijden, worden hieronder beschreven.

Hypoglykemie

De meest voorkomende bijwerking is hypoglykemie, een abnormaal lage bloedsuikerspiegel. Dit treedt doorgaans op in het begin van de behandeling en komt in de meeste gevallen in de loop van de behandeling minder vaak voor.

Een aantal of alle van de volgende klachten en verschijnselen van hypoglycemie kunnen optreden: duizeligheid, vermoeidheid, rusteloosheid, prikkelbaarheid, honger, concentratieproblemen, zweten, misselijkheid of een snelle of onregelmatige hartslag.

Het optreden van hypoglykemie kan doorgaans worden vermeden door elke injectie vlak voor of na een maaltijd te geven (binnen 20 minuten). Uw kind moet altijd een bron van suiker bij zich hebben, zoals sinaasappelsap, glucose gel, snoep of melk, voor het geval er symptomen van hypoglykemie ontstaan. Het is belangrijk dat uw kind evenwichtig samengestelde voeding gebruikt, met naast de suikerhoudende voedingsmiddelen ook voedingsmiddelen met eiwitten en vetten, zoals vlees en kaas.

In geval van ernstige hypoglykemie (wanneer de symptomen niet verbeteren of juist verergeren, zelfs nadat iets is gegeten of gedronken waar suiker in zit) of als het niet mogelijk is om een suikerhoudende vloeistof te drinken, moet medische hulp worden ingeroepen omdat uw kind mogelijk een injectie met glucagon nodig heeft om de bloedsuikerspiegel te verhogen. Als glucagon wordt geïnjecteerd, verhoogt het de bloedsuiker.

Increlex® mag niet worden toegediend als uw kind om welke reden dan ook niet kan eten. De dosis Increlex® mag niet worden verhoogd om een of meer overgeslagen doses in te halen.

Als voorzorgsmaatregel moet uw kind activiteiten met een verhoogd risico (zoals zware lichamelijke inspanning ) in de 2 tot 3 uur na de injectie vermijden totdat een goed verdragen dosis van Increlex® is ingesteld. Dit geldt in het bijzonder bij de start van de behandeling met Increlex® of als de dosis Increlex om welke reden dan ook is verhoogd.

Intracraniële hypertensie (verhoogde druk in de hersenen)

Bij sommige patiënten die een behandeling met Increlex® krijgen, kan een hoge druk in de vloeistof rond de hersenen ontstaan (intracraniële hypertensie). De verhoogde druk in de hersenen kan ook door andere factoren worden veroorzaakt dan de behandeling met Increlex®. Als uw kind symptomen krijgt van verhoogde druk in de hersenen, is het daarom belangrijk dat de oorzaak daarvan wordt vastgesteld.

Deze symptomen zijn onder meer ernstige hoofdpijn, pijn achter de ogen of veranderingen in het gezichtsvermogen (zoals wazig zien) met misselijkheid en braken. Het is belangrijk uw arts ervan op de hoogte te stellen als uw kind onverklaarbare, ernstige, aanhoudende hoofdpijn of problemen met het gezichtsvermogen heeft. Door de ogen van uw kind te onderzoeken, kan uw arts vaststellen of er bij uw kind sprake is van een verhoogde druk in de hersenen. Uw arts kan vervolgens verdere onderzoeken uitvoeren om de oorzaak van deze symptomen te achterhalen, en kan de dosering van Increlex® aanpassen of de behandeling indien nodig staken. Er kan mogelijk weer met de behandeling worden begonnen als de symptomen zijn verdwenen.

Allergische (overgevoeligheids)reacties

Increlex® mag niet worden gebruikt als uw kind allergisch (overgevoelig) is voor mecasermine of voor een van de andere bestanddelen van Increlex®.

Bij enkele patiënten die werden behandeld met Increlex® zijn allergische reacties gemeld, die kunnen voorkomen op de injectieplaats (lokale reactie) of invloed hebben op het hele lichaam (systemische reactie). Allergische reacties op de injectieplaats zijn onder meer jeuk (pruritus), roodheid en netelroos (urticaria). Voor dit soort lokale reacties zijn doorgaans geen aanvullende maatregelen nodig.

Systemische allergische reacties hebben invloed op het hele lichaam, met zwelling van het gezicht, in het bijzonder rond de mond en de tong (angio-oedeem), netelroos over het hele lichaam (gegeneraliseerde urticaria) of zwelling van de keel waardoor moeite met ademhalen ontstaat (dyspnoe). Deze medische aandoening kan levensbedreigend zijn en kan een ziekenhuisopname vereisen.

Het is van belang extra voorzichtig te zijn als uw kind met Increlex® een systemische allergische reactie heeft. U moet de behandeling stopzetten en onmiddellijk medische hulp inroepen als uw kind op het lichaam op een afstand van de injectieplaats een gegeneraliseerde huiduitslag of netelroos krijgt, of last krijgt van moeite met ademhalen, zwakheid, flauwvallen of een algemeen gevoel van onwelzijn.

Andere bijwerkingen

U moet uw arts raadplegen als uw kind zich onwel voelt of een van de volgende klinische symptomen vertoont:

– verergering van snurken, ademhalingsproblemen tijdens de slaap, oorpijn, gehoorproblemen of een gevoel van volheid in de oren (deze verschijnselen kunnen ontstaan doordat de keel- en/of neusamandelen van uw kind groter kunnen worden als gevolg van de behandeling met Increlex®);

– verergering van een gebogen wervelkolom (scoliose);

– mank lopen, moeite met lopen of klachten over pijn in een heup of knie.

 

▼ Increlex® is onderworpen aan aanvullende monitoring als voorwaarde van de licentie waardoor het middel in Europa verkocht mag worden. Daardoor kan snel nieuwe veiligheidsinformatie worden vastgesteld. U kunt hieraan bijdragen door melding te maken van alle bijwerkingen die u eventueel zou ervaren.

Krijgt u last van bijwerkingen, neem dan contact op met uw arts, apotheker of verpleegkundige. Dit geldt ook voor mogelijke bijwerkingen die niet in de bijsluiter staan.

U kunt bijwerkingen ook rechtstreeks melden via het nationale meldsysteem, gebruikmakende van het rapporteringssysteem van het Lareb. Informatie over hoe u dit kunt doen staat vermeld in de bijsluiter van het middel en op www.lareb.nl.

Bijwerkingen kunnen ook altijd gemeld worden bij de houder van de handelsvergunning van het product. Voor Increlex is dit Ipsen Farmaceutica BV: tel. 023 554 1600. Door bijwerkingen te melden, kunt u ons helpen meer informatie te verkrijgen over de veiligheid van dit geneesmiddel.

Aanvullende informatie

Neem contact op met uw arts of verpleegkundige als u nog vragen hebt of zich zorgen maakt over de toestand van uw kind of de behandeling met Increlex®.

Deze informatie wordt u aangeboden door:

Ipsen Endocrinologie Increlex®
Ipsen Farmaceutica BV, Taurusavenue 33b, 2132 LS Hoofddorp
tel. 023 554 1600

Versie: november 2014